Cooder begon ooit in de band van Taj Mahal, maar via een kort verblijf bij de Stones (in de periode Beggars Banquet/Sticky Fingers), en Captain Beefheart ontpopte hij zich als ontdekker en (her)interpretator van heel wat genres uit Amerika’s rootsy muzikale erfgoed. Hij ging aan de slag met deltablues, traditionals, hobosongs, texmex, Hawaiiaanse muziek en vergeten Mexicaanse muzikale grootheden uit L.A. Maar won ook een Grammy samen met de Malinese woestijnbluesgitarist Ali Farka Touré. Zijn rol bij het succes van de Cubaanse Buena Vista Social Club maakte hem een man in bonus.
Vanavond staan Lowe, de Jesus Of Cool in een kleurige outfit, en Cooder, de keizer van de slide(gitaar)techniek in een soort van tweedelige zwarte werkersoverall samen met drummer en zoon Joachim Cooder op het podium voor zeer enthousiaste, maar ook te pas en te onpas om verzoeken schreeuwende Carrébezoekers. Beiden hebben hun grijze haren gemeen, beiden dragen een bril en bespelen snareninstrumenten, maar verder verschillen ze in menig opzicht. Allereerst in hun stemmen. Die van Lowe is licht en breekbaar, die van Cooder diep, zwaar en vol drama. En dat allemaal in een mix van (onbekende) blues, folk, hobosongs en traditionals, waarbij Cooders werk van zijn elpees uit de jaren zeventig op deze eerste avond van drie het speerpunt vormt.

Heeft de rijzige Lowe, ‘die lekkere ouwe vent’, een bas en een akoestische gitaar meegenomen, fingerpicker Cooder kan kiezen uit een heel arsenaal aan gitaren. Gaandeweg wordt steeds meer duidelijk dat bassist Lowe er wat bekaaid vanaf komt, ondanks prachtige nummers als Crying In My Sleep, Half A Boy, Half A Man en Lowe’s hoogtepunt op akoestische gitaar What’s So Funny About Love, Peace And Understanding. Niet dat het hem wat kan schelen, je ziet hem instemmend glimlachen en in het begin gaan de songs om en om. Lowe zingt met een lichtere ondertoon zijn smartvolle en breekbare liefdesliedjes. En Cooder opent met een hartstochtelijk verlangen naar sigaretten in I’m A Fool For Cigarettes, dat hij voorziet van venijnige licks. Later komen Juliette Commagere en haar toetseniste, de twee Amerikaanse zuchtmeisjes uit het voorprogramma, met speelse backingvocals de donkere blues en folk van C&L ritmisch verluchtigen en opvrolijken, onder meer met hun zang in een nummer van Chavez Ravine.
Cooder maakt zijn jarenlange reputatie als de keizer van de slide helemaal waar. Vooral in een song als Woody Guthrie’s Vigilante Man snerpen en snijden de feilloos gespeelde noten en akkoorden door merg en been. Ook zijn reputatie als de man met de beste neus voor nooit eerder ontdekte nummers, die hij zichzelf geheel eigen maakt(e), doet hij - op enkele aan het slot gezongen valse noten na - eer aan. Hoogtepunten zijn naast Cooders sublieme solo in Vigilante Man, het ontluisterende en ontroerende Teardrops Must Fall (beide van Cooders tweede album Into The Purple Valley uit 1972), een zeer beeldend met zware bariton voorgedragen One Meatball en het kippenvelverwekkende How Can A Poor Man Stand Such Times And Live, met een toegevoegde actuele sneer naar de bankiers van Wall Street.

Cooder, die zijn instrumenten vaak zorgvuldig (bij)stemt, speelt op zijn gitarenselectie met maximale distortion (vervorming) en een hele lichte aanslag, weet een expert te melden. Zo kan hij ook slidegitaareffecten opwekken zonder slide of bottleneck te gebruiken. De man, die in de wereld bekend werd als de producer van de Cubaanse Buena Vista Social Club - en daarmee in 1998 voor het laatst Carré bezocht - komt gaandeweg de avond steeds meer uit zijn schulp als zingende verteller, en wrang humoristische begenadigd voordrachtkunstenaar met veel mimiek.
Vooral Crazy About An Automobile van zijn album Borderline, met zijn verrassende parlando over de ‘bicycles in Amsterdam’, is erg geslaagd. Ook in zijn ‘hobo’songs komen de daklozen in Amsterdam ter sprake. De toegiften worden besloten met de swingende gospelrock van Little Sister, met verve gespeeld door het hele ensemble. Samenvattend: een concert als een goed gevulde doos met de beste muzikale bonbons, die je helemaal voor jezelf hebt en daar dan ook nog de allerlekkerste uit kunt pikken! Alleen jammer dat accordeonist Flaco Jiménez verstek moest laten gaan. PIETER FRANSSEN
Foto’s: PAUL BERGEN
Gezien: RY COODER/NICK LOWE/JOACHIM COODER, THEY DRIVE BY NIGHT, CARRÉ, AMSTERDAM (17 JUNI 2009)

|