Vernieuwend is de openingact in Tivoli Oudegracht in ieder geval niet. De ideale opener The Guess Who (ze bestaan nog steeds) ontbreekt, maar in hun plaats treedt The Tragically Hip aan, sinds jaar en dag Canada’s grootste rockband. En ze hebben er zin in. ‘Wat weten jullie nou van leven onder de zeespiegel?’, trapt Gordon Downie af. ‘Ja oké, het is een retorische vraag.’ En bam, New Orleans Is Sinking wordt ingezet. The Hip staat nog altijd als een huis met hun zompige maar uitgekiende rock ergens tussen R.E.M. en Golden Earring. Het oeuvre wordt alsmaar rijker en de act van wereldstrot, acteur en mime-speler Downie blijft leuk. Hij heeft net een Gazelle fiets aangeschaft en voor je het weet gaat het over de Tweede Wereldoorlog. Hij zweet als een rund en heeft daar een zakdoekjes-act bij bedacht.
De entertainment-factor is hoog, maar de muziek doet daar niet voor onder. The Hip doet twee sets, in de eerste blijven nieuwe songs als Morning Moon en The Depression Suite moeiteloos overeind tussen oude krakers als Poets en Pigeon Camera. Het lang uitgesmeerde At The Hundredth Meridian is The Hip op zijn best: dreigend, schmierend en Gordon Downie die op zijn Downies loos gaat. Fireworks!
Van The Tragically Hip naar de echte hipsters van 2009. Bijvoorbeeld Tweak Bird, twee boers (Caleb en Ashton Bird) die met een gitaar, veel pedalen en een drumstel een boel herrie maken. Deze zomer toerden ze in het voorprogramma van Tool, niet eens zo’n hele rare combinatie. Tweak Bird maakt trashrock en probeert er een soort lofi-versie van Tool uit te persen, inclusief mantra-achtige melodielijnen en moeilijke driehoeksritmes. De gitaarriffs van de met een indianentooi opgetuigde Caleb zijn vet, het drumwerk van Ashton is ook goed, maar er mist nog iets dat het geheel naar een hoger plan trekt. Songs? Mwoah. Muzikaliteit? Goed, maar niet goed genoeg om drie kwartier leuk te blijven. Er moet nog wat geschaafd worden aan deze lawaaihippies.
Dat kan niet worden gezegd van A Place To Bury Strangers. Of je het nu leuk vindt of niet, het plaatje van dit New Yorkse trio met bijbehorende audio klopt. Het plaatje: donker. Geen licht is ook licht. Het idee: 1980, doom, Joy Division, atoombom. Het geluid is hard, noisy, shoegaze en industrial. Ze hebben het geluid van de Jesus & Mary Chain, maar dan zonder de zalvende popmelodieën en de band speelt gejaagd. A Place To Bury Strangers is meedogenloos en produceert een kolkende, in your face muur van geluid vol feedback waaraan niet te ontkomen valt. Het is claustrofobisch, monotoon, doordreinend en gericht op het onderbewustzijn. Beduidend harder ook dan op de plaat Exploding Head. De tremelo arm van de gitarist maakt overuren en de geluidsman ook. Ik sta toevallig naast hem, en hij is letterlijk het vierde bandlid. De man draait zich een ongeluk aan feedback pedaaltjes en andere noise effecten. A Place To Bury Strangers eindigt net als My Bloody Valentine met een soort Holocaust gedeelte: een minuut of tien lang gierende witte noise die veel mensen liever ontvluchten. En dat was het dan. Redelijk indrukwekkend.
Zo zien we op dag één van Le Guess Who? al drie totaal verschillende maar memorabele optredens. En dan moet het echte vuurwerk nog beginnen.
door John Denekamp / Fotografie: Bianca Berger
Gezien: donderdag 26 november 2009, Le Guess Who? Festival, Utrecht |