Beide openingsnummers, terug te vinden op zijn recente cd Slow Attack, krijgen een behoorlijke Suede-saus en voeren de toehoorders verrassend terug naar de periode van 1992 tot 2003, waarin de britpopband zich nadrukkelijk in de internationale muziekscene profileerde. De kakofonie aan geluid van een snerpende gitaar, bomvolle bas en een powerpiano laten nauwelijks iets heel van Anderson’s recent zorgvuldig opgebouwde troubadourimago. Erg is dat zeker niet, want de Suede-sound blijkt de tand destijds ruimschoots te hebben doorstaan.
Het gaat echter te ver door de gedeeltelijke Suede-revival - ongeveer de helft van het concert – je mening doorslaggevend te laten bepalen. Daarvoor schept Anderson met zijn materiaal van de afgelopen drie jaar een te intieme sfeer. Energiek strooit hij met zijn prima 5-mansband halverwege het concert een bak prettige herrie de zaal in, waarna het licht uit gaat, de spot aan en Anderson alleen en op gitaar het meest ingetogen lied van de avond brengt. Alsof de kist van een dierbare zakt, houdt iedereen de tanden op elkaar. Links en rechts branden tranen.
Het is ook Anderson’s stem, die hartverscheurende snik, soms wat schel, maar meestal de ziel aangenaam doorborend. Zeker wanneer de andere bandleden meerstemmig de sterren van de hemel meezingen, bijvoorbeeld in het hoogtepunt Summer, houdt het publiek de adem in. Zijn geloofwaardige en bevlogen performance, inclusief die zo herkenbare danspasjes, completeren het concert tot een zeer aangename tijdsbesteding. HANS VAN DER MAAS
Brett Anderson Tivoli De Helling Zondag 24 januari 2010
|