Maar Ian McCulloch en co hebben inmiddels ervaring genoeg om een ‘tussendoortje’ als het SUMMER DARKNESS FESTIVAL in Utrecht zonder al te grote inspanningen tot een goed einde te brengen. Over een uitverkocht Tivoli maakt McCulloch zich allang niet meer druk, zelfs niet nu de kettingrokende zanger het op het podium zonder sigaretten moet doen. Misschien dat ie daarom zo goed bij stem is vanavond. Want hij mag dan enigszins versleten en soms zelfs een beetje verward ogen, de inmiddels 49-jarige McCulloch klinkt in ieder geval wel zoals hij moet klinken: warm, een tikkie schor met op gezette tijden een fraaie, hoge uithaal. Daar moeten we het dan ook mee doen. McCulloch, gehuld in z’n onafscheidelijke lange, zwarte jas beperkt de interactie met z’n fans tot wat onduidelijk en onsamenhangend gemompel en voelt zich duidelijk het lekkerst als hij zich badend in een rookgordijn achter z’n zonnebril schuil kan houden. Dan durft de paljas zich zowaar ook aan wat parmantige danspasjes te wagen.
Wie vooraf had gehoopt op een voorproefje van bovengenoemde concerten komt bedrogen uit. De konijnenmannen openen met felle, frisse uitvoeringen van Rescue en het nog immer geweldige Villiers Terrace, allebei afkomstig van debuutalbum Crocodiles. Pas bij nummer vijf, Seven Seas, komt er iets van Ocean Rain voorbij. Dan is ook al duidelijk dat de band hard moet werken om het ‘grote’ geluid strak te krijgen, zodat gitarist Will Sergeant met z’n machtige arsenaal aan pedalen kan excelleren. Killing Moon, normaal gesproken toch een prijsnummer van de buitencategorie, klinkt vanavond rommelig en wordt maar moeizaam naar een climax gespeeld. Dat het liedje uiteindelijk toch weer een lust voor het oor is, zegt eigenlijk alles over klasse en kracht van het artistieke duo McCulloch/Sergeant. En dan hebben we het natuurlijk vooral over het materiaal van zo’n vijfentwintig jaar geleden. Dat weet de band zelf uiteraard dondersgoed; de setlist telt vanavond een enkel nieuw en niet meteen opzienbarend nummer en kun je lezen als één grote singlesverzamelaar (van Bring On The Dancing Horses tot Back Of Love en van The Cutter tot Never Stop).
Dat McCulloch in de toegift een bekend trucje toepast en per se zijn eigen helden wil eren, is een beetje jammer. Oké, hij krijgt het publiek tijdens Walk On The Wild Side makkelijk mee, maar een dergelijk intermezzo is vooral onnodig en overbodig. Zeker als je vlak ervoor People Are Strange van The Doors hebt gebracht en vlak erna met het afsluitende Lips Like Sugar laat horen nog over genoeg eigen munitie te beschikken. Wat dat betreft is het achterwege laten van de traditionele wegwezer Ocean Rain dan ook vooral jammer en onbegrijpelijk. RAYMOND ROTTEVEEL
Foto’s: PETER PAKVIS
Gezien: ECHO & THE BUNNYMEN, SUMMER DARKNESS FESTIVAL (7 AUGUSTUS 2008)
|